The Art Server

Factor 44

10 jaar artistieke zuurstof

Kunstruimte Factor 44 heeft zijn deuren gesloten, eens en voorgoed. Op de laatste ‘jour fixe’ (eind oktober 2006) werd een mooie publicatie voorgesteld die de tien voorbije Factorjaren documenteert. En op 11 november (Farewell to Arms) ging in Extra City een tentoonstelling open waar zowat alle Factorianen aan deelnamen, samen met sympathisanten en neofieten van het laatste uur.

 

Indien het filmpje niet opstart, klik hier.

De lezer die in Antwerpen de weg niet kent naar de Bleekhofstraat, vraagt zich af waarom hij nooit eerder van de Factor heeft gehoord. En terecht: slechts twee tentoonstellingen in de Factor hebben ooit de pers gehaald. Zelfs aan de kunsttijdschriften ging het Factorverschijnsel tien jaar lang onopgemerkt voorbij. Factor 44 is namelijk al die tijd gesloten gebleven.

De voormalige diamantwerkplaats op nr 44 van de Bleekhofstraat opende zijn deuren alleen op de laatste woensdag van elke maand, en wel vanaf acht uur ’s avonds: de fameuze ‘jour fixe’. Laat in de nacht gingen de deuren weer dicht, en was het afgelopen. De tentoonstelling die er met veel overleg en arbeid tot stand was gekomen, werd dan weer afgebroken om plaats te maken voor het volgende initiatief. De Factor huldigde een onuitgesproken ‘beleidslijn’, of veeleer een mentaliteit, die alle dingen waar de kunstwereld op focust overbodig maakte.

Uitnodigingen of persberichten rondsturen bracht teveel rompslomp mee, en wat heb je aan persbelangstelling voor een evenement dat zich bij definitie als kortstondig en kleinschalig presenteert, en geen behoefte heeft aan het grote publiek? Promotie voor de Factor gebeurde vooral mondeling, en als je een ‘jour fixe’ oversloeg was dat je eigen schuld.

In De Morgen noteerde Luk Lambrecht in 2001: Factor 44 is zowat de luis in de vachtzachte Antwerpse kunstpels. Factor 44 stimuleert de verbeelding en de creativiteit en ontwijkt valse artistieke nonsens. Factor 44 presenteert volgend weekend een project je gebaseerd op 44 aangekochte kartonnetjes op een rommelmarkt. 'Number seven - beauty preparations' is een commercieel en qua beeld erg aanstekelijk drukwerkje dat lippenstift aan de vrouw wil brengen. De afbeelding van de vrouw met een roos tegen de slapen spreekt tot de verbeelding. De vrouw droomt als een roos. Aan 44 kunstenaars werd gevraagd beeldend te reageren op en met dit suggestieve kaartje. Initiatiefnemer én participant Chris Straetling legt uit dat er absoluut geen eisen werden gesteld aan de deelnemende kunstenaars. Bekenden en onbekenden zoals Guy Rombouts, Andrew Webb, Daniël Weinberger, Frank F. Casteleyn en Lieve Lambrecht maakten er écht iets van, gaande van kleine bij-tekeningen tot installaties waarin het kloppende hart het pub A4-kartonnetje vormt. Kortom: een tentoonstelling met verrassingen...

 

 Chris Straetling geeft in zijn Turkse groentenwinkel een lezing over de pompelmoes (1998)

Aan de Factor gingen twee eenmansinitiatieven vooraf. In de jaren 1980 had je vlakbij het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten de ruimte ‘Inexistent’ van Chris Straetling, die alleen open was op de gemeenschappelijke vernissage-avond van de Antwerpse galeries. Inexistent fungeerde zowat als de ‘cul de sac’ van de kunstwereld: iedereen kon er nog laat terecht, en rond middernacht was de kleine ruimte altijd overvol. Vaak had Chris Straetling zelf voor een of andere installatie gezorgd, die als vanzelf overvloeide in een soort woonruimte, want Inexistent vormde tegelijkertijd zijn dagelijks verblijf. De kijker had het er wel eens moeilijk, de kunst van de niet-kunst te onderscheiden, maar dat deerde niet – het ging hem niet zozeer om de kunst, noch om de persoon van Chris Straetling, maar allereerst om gastvrijheid en een sfeer van open discussie, in een ruimte die bepaalde eigenaardigheden vertoonde en onverwachte bezienswaardigheden bevatte.

Factor 44 op verplaatsting in Genève: het 'laboratoire d'impression'. Een gesigneerde voorhoofdafdruk van Guy Rombouts.

 

Verder had je Harry Heirmans, die  zowat hetzelfde uitgangspunt had en onder de noemer ‘Quarantaine’ op zondagmiddagen een reeks eigenzinnige tentoonstellingen organiseerde in eigen woonst. Zomer 1996 fuseerden Inexistent en Quarantaine tot Factor 44.

De ‘jour fixe’ van het duo Heirmans-Straetling was altijd surprise. Soms leek de hele ruimte een documentatiecentrum of laboratorium. Andere keren moest je er in het halfduister je weg zoeken doorheen tentstructuren en verwarrende obstakels. Of je betrad er opeens een toneelzaaltje, een Turkse groentenwinkel of een repetitie van de fictieve accordeongroep ‘De Knopkes’.

Uiteenlopende kunstenaars zorgden voor installaties en performances, en op de muren kon je video’s en diaprojecties bekijken, alsook schilderijen die daar maar hingen voor wat ze waard waren, al waren ze niet zelden van een gereputeerd kunstenaar. De bar moest je altijd even zoeken, want die stond telkens op een andere plaats. Laatst kon je eenvoudigweg niet naar binnen en zelfs geen drankje krijgen, omdat Vaast Colson en een medewerker bezig waren met het vervaardigen van een meterslange  gipsmassa in een uitputtende performance van 24 uur achtereen, waarvan je de vorderingen achter vensterglas kon waarnemen.

Maar wat er ook gebeurde, de Factorsfeer was onmiskenbaar. Die sfeer hield een intelligente oorspronkelijkheid en maitrise in, gekoppeld aan bescheidenheid en een afkeer van drukdoenerij. Het was dus beslist geen chaotisch hol waar men zomaar wat aanrommelt en alternatievelingen allerhande komen aanwaaien om er ‘hun ding’ te doen en hun drugjes te roken. En daarom lette je wel op, er zo weinig mogelijk van te missen.

Behalve het Factortijdschrift L’Imagazine F44 en zijn tegenhanger ‘L’Imagazine D’à côté’ die geen mens in volledigheid bezit, werd er quasi nooit iets verkocht. In kunst werd niet gehandeld, en het rook er dan ook niet naar geld, zoals in de rest van de kunstwereld. De vraag of je een kunstwerk kon kopen leek in de Factor haast indecent, en werd steevast met veel slagen om de arm beantwoord. Al het financiële was er taboe, en bijgevolg ontbrak ook de sfeer van confor-mis-me, geheimzinnigheid en verwatenheid, waar het grootste deel van de kunstwereld zijn specialiteit van maakt. In de Factor was het kunstwerk wat het in feite hoort te zijn: een tijdelijk iets, dat zich niet opdringt.

Net als zijn voorgangers Inexistent en Quarantaine trok de Factor allereerst de kunstenaars zelf aan, waaronder Wout Vercammen, Danny Devos, Angel Vergara, Jörgen Voordeckers, Ria Pacquée, Guy Rombouts, Monika Droste, Frank Castelyns, Ludo Mich, Guillaume Bijl, Chris Gillis, Tin Jacobs, Philip Huyghe, Guy Van Bossche, Marc Van Tichel, Vered Ben-Kiki, AnneMie Van Kerckhove, Jon Thompson, Dialogist-Kantor, Daniel Weinberger, Jan Van Veen, Nicole Van Goethem, Mulegata Tafesse, het Belgian Institute of World Affairs van Jef Lambrecht & Karel Schoetens, alsook vele buitenlandse gasten en jongeren als Vaast Colson, Dennis Tyfus, Geoffrey de Beer, Djuna en Rufus, Lieven Segers en Kati Heck.

 


De ‘mei ‘68’ sit-in van Wout Vercammen in mei ‘98, waar ‘grimmig slag werd geleverd tegen het establishment’

 

Wat al deze kunstenaars in de Factorruimte of op verplaatsting in het buitenland allemaal presteerden staat mooi gedocumenteerd in de sobere publicatie ’Factor 44’. Chris Straetling schrijft daarin bij elke ‘jour fixe’ een commentaar in een onnavolgbare taal die alleen hij, als wereldburger, grotendeels onder controle heeft. De tekst gaat soms opeens over op het Engels, het Frans of het Spaans, en is doorspekt met verrassende germanismen en Antwerpse wendingen. Chris Straetling levert een gebalanceerde mix van kunstjargon, understatements en schoolopstelproza, en bezorgt de lezer dus op elke pagina het nodige plezier. En ook aan de werkomstandigheden en de wisselvalligheden van het weer wordt steevast de nodige aandacht besteed. Een willekeurig voorbeeld, geplukt op pagina 100 draagt als titel ‘Nutteloze Verplaatsing’:

Weer een faliekante afloop van een goedvoorbereid project. Voor het gedetailleerd verslag van onze bijdrage voor het Sebrenica-theater-gebeuren in Le Mans moet u achteraan bij de verplaatsingsberichten zijn; maar om hier bij de chronologie te blijven een beschrijving van de reis zelf en de creatieve vruchten welk deze alsnog heeft afgeworpen. Zoals vermeld waren de voorbereidingen vlekkeloos verlopen en de inbreng van de deelnemende kunstenaars feilloos; toch liep alles fout, en was de factorploeg met zwaar gemoed aan zijn terugtocht begonnen. Alsof de mislukking van het project nog niet genoeg was, begon op de heimweg de aftandse 22 jaar oude volkswagen van Heini rare en gevaarlijke bokkensprongen te maken, zodat er regelmatig een korte pauze moest worden ingelast.

Tijdens een van deze pauzes op het dorpsplein van een vergeten ville fleuri langs de weg werd de situatie zo deprimerend dat Harry probeerde met een latex operatie-handschoen zelfmoord te plegen door deze over zijn hoofd te trekken om zo zijn lichaam van zuurstof te beroven... ook dit was echter mislukt, omdat Harry nog zo onder stoom stond dat de overtollige gassen de luchtdichte handschoen lieten opgaan als een ballon... waarbij toch genoeg zuurstof voorhanden was om hem van de stikkingsdood te vrijwaren. Het zicht van deze stuntelige poging tot zelfdoding werkte de andere delegatie-leden Guy Rombouts, Jörgen Voordeckers en Heini met de kapotte Volkswagen zo op de lachspieren dat van een einde maken algauw geen sprake meer was. In tegendeel, op de kortste keren hadden ook de andere leden van de mislukte expeditie een latexhandschoen over hun hoofd getrokken en bliezen vrolijk en met veel jolijt hun hanenkam omhoog, tot lichte verbazing van enkele dorpsbewoners die zich toevallig op deze grijzige winteravond over de place de l’église haastten.  De gehavende factorploeg was aan een serieuze depressie ontsnapt.”

Categorie
 
Auteur
Paul Ilegems
Datum
02 december 2006

Deel via