Het oeuvre van Messieurs Delmotte
De kunst der lulligheid
Toen ik voor het eerst werk zag van Messieurs Delmotte was hij nog enkelvoudig. Op de Brusselse kunstbeurs toonde hij een reeks fotografische zelfportretten, waarin je evenwel zijn gelaatstrekken niet kon onderscheiden, want hij had zijn hele hoofd omwikkeld met repen spek (‘La tête de l'art’ getiteld), met kippenhuid (‘Poulet Wallon’) of met gehakt. Een aanverwant werk, eveneens op Art Brussels, was zijn ‘Arbre à salami’: een doodgewone ficus, zoals galeristen wel eens willen meezeulen om hun treurige kantoortjes op te smukken. Op de blaren van de plant had hij schijfjes salami gedeponeerd, die in de altijd te droge en te warme kunstbeursruimte gingen uitzweten
en uiteindelijk op eigen vet afgleden naar de tafel, een afdruk van zichzelf achterlatend. Een mooiere metafoor voor een kunstbeurs zal wel niemand ooit verzinnen.
Niet veel later zag ik in de Luikse galerie Nadja Vilenne een reeks korte videofilmpjes, sommige maar enkele seconden lang. In elk filmpje zie je Monsieur Delmotte een of andere dwaze handeling uitvoeren. Hij wil bv. op een stoel gaan staan om een lijstje aan de muur te hangen, maar de zitting begeeft het, hij zakt er doorheen. Een ander filmpje laat een groene tuin zien waarin een plastic tuintafel gedekt met borden, wijnglazen en bestek. De tafel komt opeens in beweging en schiet ophoog. Blijkt dat Monsieur Delmotte eronder zit. Hij stoot de tafel van zijn rug en verdwijnt uit beeld.
Messieurs Delmotte: twee filmbeelden (courtesy galerie Nadja Vilenne)
Dan weer zie je hem langs de autostrade rennen om zich zo hoog hij maar kan tegen een blauw signalisatiebord aan te smijten.
Of je ziet hem over een grasveld rennen, een spartelende vis achtervolgend die hij met veel armzwaaien in de richting van de rivier poogt te sturen. Of hij rent in een weide op een troep koeien af en jaagt ze op. Een variant daarvan is gesitueerd in een kippenhok, waar hij 't gevogelte doet opvliegen.
We zien hoe Monsieur Delmotte met een snoeischaar een geslaagde raid uitvoert op een rozenperk. We zien hem in een park aan een boomtak bungelen en op en neer veren in de wind, als een zelfmoordenaar die met zijn jasje aan een tak bleef haperen.
Vaak heb je de indruk dat hij zich niet wil neerleggen bij de braafheid en saaiheid van het alledaagse, en de stand der dingen op impulsieve en roekeloze wijze wil forceren. Soms slaagt hij in zijn opzet, andere keren blijkt zijn actie vergeefs en tot mislukken gedoemd.
Het enige slachtoffer van zijn tragi-komische grappen is hijzelf. Vandaar dat er ook iets futiels en melancholisch doorschemert, een fatalistische ondertoon. Niet te verwonderen, dat hij al meermaals vergeleken werd met Buster Keaton. En niet ten onrechte – ook bij Keaton zou je zeggen dat hij eigenlijk allerminst grappig wilde zijn. De humor in zijn films lijkt onopzettelijk, niet meer dan een bijproduct van zijn onhandigheid. Men herinnere zich de onsterfelijke scène met de vouwstoel op een boot.
Signer en Kindermans
Messieurs Delmotte vertoont enige verwantschap met de Zwitserse kunstenaar Roman Signer, of dichter bij huis met Ruben Kindermans, die in 2007 afstudeerde aan het HISK (toen nog in Antwerpen).
Signer (°1938) werkt liefst op afgelegen plekken in de Alpen, het poolgebied, of op de flanken van de Stromboli, en maakt graag gebruik van vuurwerkpijlen en explosies. Zijn korte acties lijken futiel en kinderachtig, en het is of hij na afloop ietwat beschaamd uit beeld verdwijnt.
Enkele voorbeelden:
- We zien hem in een verlaten sneeuwvlakte naast een vuurpijl staan. Hij draagt een muts, die aan de pijl bevestigd is. De vuurpijl schiet omhoog en rukt zijn muts af.
- Hij ligt de slapen in een eenmanstentje ergens in een verlaten vlakte in IJsland. Boven zijn hoofd een microfoon die zijn gesnurk opneemt en doorgeeft aan twee boxen aan beide kanten van de tent. Zijn snurken weerklinkt luid in de verlaten vlakte.
- Hij laat een luid tikkende wekker te water die gemonteerd zit op een vierkante houten plaat, en laat hem wegdrijven op een snelstromende rivier.
Maar Signer kan evengoed in de stad werken, door bv. een met water gevulde ton te installeren op een dakrand, waar hij met een kleine explosie de stop doet uitspringen. De waterstraal die uit de ton gutst vangt hij op in zijn veel te grote, rubberen vissersbroek. Als de broek tot de rand vol water staat doet hij enkele logge passen, en valt omver.
Of hij heeft in een lege hangar een pick-up met twee kleine luidsprekers op de vloer gezet, waaruit een bekende mars van Sousa weerklinkt. Intussen brandt een lont langzaam naar de nok van de hangar, waar een grote zandzak hangt. Het touw brandt door en de zak ploft neer op de pick-up, zodat het geluid opeens verstomt.
Ook het werk van Ruben Kindermans (°1981) heeft een hoge lulligheidsfactor. Uit zijn filmpjes, meestal gemaakt in zijn atelier of op de binnenplaats van het militair dépôt waar het HISK gevestigd was, zou je beslist niet opmaken dat hij daar de tijd van zijn leven beleefde, continu omringd door boeiende medestudenten en beroemde gastdocenten uit alle hoeken van de wereld. Veel meer dan met een bal spelen lijkt hij niet te doen. Maar dat spelen heeft hij wél op een hoger niveau gebracht. Hij doet al zijn acties heel flegmatisch, met uitgestreken gezicht. Zijn kunst is de sublimatie van een uitzichtloze puberale verveling. We zijn hier ook niet ver verwijderd van het vroege werk van Bruce Nauman, die, nog niet wetend hoe hij kunstenaar moest zijn, in zijn atelier op handen en voeten allerlei vreemde posities uitprobeerde tussen wand en vloer.
Kindermans mikt zijn bal door een kapotte ruit, of trapt hem behoedzaam in een gat in het wegdek. Hij slaat met een golfstick een balletje over een lange lat, tot het neervalt op een trommel. Hij stapelt opgepompte binnenbanden op elkaar, klimt op een ladder en springt erin. Hij verdwijnt geheel in de holte en laat zich omvervallen.
Twee stills uit acties van Ruben Kindermans (courtesy Annie Gentils galley)
In weer een ander, bijzonder onderhoudend filmpje zie je hem als een kat langs de vier muren van een kamer bewegen zonder de vloer te raken. Hij beweegt zich over kasten, stoelen, tafeltjes langs de wanden en klautert van het ene ding op het andere, ook de schoorsteenmantel benuttend.
Ex-Monsieur Delmotte = Messieurs Delmotte
De meervoudsvorm moet waarschijnlijk de vele varianten dekken van de persoonlijkheid in zijn films. Soms is het louter dadaïstische nonsens, dan weer een groteske pathetiek. Soms dandyeske aanstellerij, dan weer hard en confronterend.
De Luikse kunstenaar Eric Delmotte (°1967) studeerde in de jaren 1986-88 beeldhouwkunst aan het Institut des beaux arts St Luc in Luik, dat zich in die periode onderscheidde als de meest achtergebleven kunstschool van België. Gevraagd wat hij er leerde, luidt het antwoord eenvoudig ‘Niets’.
Niemand begreep iets van zijn artistieke bezigheden en na twee jaar van hopeloze conflicten met zijn leraars ging hij dan maar zijn legerdienst vervullen, waar hij zich tot taak stelde zo gauw mogelijk afgekeurd te worden. Zijn zeer afwijkend militair gedrag leverde hem spoedig de bijnaam ‘artiest’ op, en zo is vreemd genoeg zijn artistiek bewustzijn pas goed wakker geworden. Hij begon ‘het spel te spelen’, de artiest uit te hangen, allerlei acrobatieën en performances uit te voeren, die hij later in geperfectioneerde versie hernam in zijn videofilms. Hij werd gestraft, maar hem uit de dienst ontslaan deed men niet. Ten einde raad ging hij toen iets heel extreems doen: hij gebood 60 recruten plat op de buik te gaan liggen onder bedreiging met een raketlanceerder. Het kostte hem twee weken in de dwangbuis als ‘fou dangereux’, waarna hij door het Belgische leger definitief werd uitgebraakt. Zo werd hij als Monsieur Delmotte herboren.
‘12x Red Wine’
In 2009 nam Messieurs Delmotte deel aan de tentoonstelling ‘The Tragic and the Funny Meet Again’ in De Brakke Grond te Amsterdam, een initiatief van kunstenaar/curator Lieven Segers.
Delmotte had in de ruimte een vierkante witte sokkel gezet die onderaan voorzien was van een goot. Waar die voor diende zou spoedig duidelijk worden, zodra de enkelvoudig-meervoudige Messieurs Delmotte op de sokkel plaats nam met aan zijn voeten 12 flessen Côtes du Rhône, die hij één na één vastberaden ontkurkte om ze vervolgens in zijn keelgat te gieten, het hoofd naar achteren, als een pianist. De wijn gutste over zijn lippen en zijn wit costuum, spatte in zijn ogen en op zijn stijfgecementeerde kapsel, en vloeide van de sokkel in de goot die al spoedig veel te klein bleek om negen liter wijn op te vangen.
Drie fragmenten uit de performance ‘12x Red Wine’
Messieurs Delmotte: de sokkel voor en onmiddellijk nà de performance
Terwijl de rondom verzamelde toeschouwers achteruit deinsden voor de rondspattende wijndruppels nam een penetrante geur van zurige Château Migraine van een heel slechte Hollandse wijnimporteur bezit van de ruimte. Proestend en kokhalzend ledigde Messieurs Delmotte uiteindelijk de laatste fles, waarna hij zich meteen terugtrok en zich niet meer vertoonde. Hij hield er voor meerdere dagen brandende ogen aan over. Een Château Lafitte of een Gevrey-Chambertin ware hem wellicht beter bekomen.
Paul ILEGEMS