The Art Server

 
CatharinaDeLaedt

‘Comme nous l'entendons’: dadaïst-surrealist Mesens bij Verbeke Foundation

ELT Mesens, 1938. London Gallery Zondag 14 augustus 2011 opende bij Verbeke Foundation een prestigieuze en degelijk gedocumenteerde tentoonstelling van de dadaïst (of surrealist, het onderscheid blijft onduidelijk) E.L.T. Mesens (1903-1971), en dit ter herdenking van de veertigste verjaardag van zijn overlijden. Het is de eerste retrospectieve die Mesens ooit te beurt viel.
De tentoonstelling werd samengesteld en opgebouwd door Verbeke’s onvolprezen medewerker en curator Simon Delobel (Fr), die ook de catalogus realiseerde. Om budgettaire redenen valt die nogal bescheiden uit, maar komt niettemin aan alle essentiële behoeften tegemoet. De teksten kunnen integraal gelezen worden in de tentoonstelling zelf en zijn tweetalig, wat deze dagen een rariteit mag heten in het van langsom francofober lijkende Vlaanderen (Wallonië lijkt het in dat opzicht stukken beter te doen - zo was bv. op de grote tentoonstelling over het Belgisch surrealisme in het MAC te Mons (2007) de fraai verzorgde catalogus ééntalig beschikbaar in het Frans, Nederlands en Engels). 
Als privé-initiatief is de Mesens-retrospectieve vergelijkbaar met wat Ronny Van de Velde in de jaren 1990 deed met Picabia, Duchamp, Vantongerloo en de ‘période vache’ van Magritte in zijn helaas al jaren gesloten museale ruimte, die kon wedijveren met het toen nog nagelnieuwe Muhka.
De werken van Mesens komen voor het grootste deel uit Verbeke’s eigen verzameling, maar er zijn ook heel wat bruiklenen van o.m. Andrew Murray, Sylvio Perlstein, James Mayor, Camiel Van Breedam en Ronny Van de Velde.

Veelzijdigheid en late bloei
Bij de naam Mesens horen onafscheidelijk de initialen E.L.T., met als gevolg dat niemand zijn voornaam kent. Eigenlijk is het vooral een Hollands trekje – men denke aan J.M.A. Biesheuvel, A.F.Th. Vanderheijden of Annie M.G. Schmidt – terwijl Mesens toch geen enkele band met Nederland had. Maar soit - men onthoude voortaan dat de letters E.L.T. staan voor Edouard Léon Théodore.

ELT Mesens, comme ils l'entendent, comme nous l 'entendons

Edouard leefde van 1903 tot 1971 en is samen met Marcel Mariën en Marcel Broodthaers de meest prominente en productieve kunstenaar in het kielzog van Magritte. Het duurde vrij lang eer hij artistiek tot wasdom kwam. De honderden collages die hem beroemd zouden maken ontstonden pas in de latere jaren van zijn leven. Mesens was een ‘late bloeier’, die in zijn jeugdjaren zijn vele vaardig-heden ontwikkelde en op de proef stelde. Hij had een muzikale opleiding genoten en speelde piano. Rond 1920 maakte hij kennis met Eric Satie en met René Magritte, twee figuren die hem fundamenteel zouden beïnvloeden.
Was het Satie die hem aanzette tot componeren? Alleszins schreef hij meerdere liederen op teksten van Franse dichters als Cocteau en Eluard, maar ook Karel van de Woestyne en Paul Van Ostaijen. Hij gaf ze een try-out in Brussel, maar de reacties waren erg lauw en hij hield er spoedig mee op.

Dadaïsme en surrealisme
Begin jaren 1920 verkeerde het dadaïsme in zijn nabloei en kwam het surrealisme op. Het surrealisme was uit dada voortgekomen. Tussen beide stromingen zijn duidelijke overeenkomsten, maar ook niet minder duidelijke verschillen. De dadaïsten cultiveerden het absurde en geloofden in niets. Zij stonden erg weigerachtig tegenover filosofische en politieke ideeën, en eigenlijk tegen de hele maatschappij. De surrealisten waren meer theoretisch gericht, ze volgden het politieke gebeuren op de voet, voerden polemieken, ondertekenden manifesten en zochten aansluiting bij het communisme. Ze waren verder ook zeer begaan met de droomduiding van Sigmund Freud en met de kunst van primitieve volken en geestesgestoorden. Ze geloofden in het creatieve potentieel van het onderbewustzijn en probeerden dat tot uitdrukking te brengen via de écriture automatique en het gebruik van drugs.
Mesens werkte in die periode mee aan zowel dadaïstische als surrealistische tijdschriften, zonder zich evenwel op uitgesproken wijze tot een van beide strekkingen te bekennen. Hij fotografeerde, publiceerde gedichten en gaf enkele tijdschriften uit, waaronder één dat de titel Marie droeg - een sublieme vondst. Voorts organiseerde hij tentoonstellingen voor zijn surrealistische vrienden en werd hij directeur in de Brusselse galerie van Van Hecke. In 1936 trok hij naar Londen, waar hij als galeriehouder van de London Gallery tentoonstellingen bracht van Picasso, Man Ray, Max Ernst, Magritte en Kurt Schwitters, en dit tot 1950 (onderbroken door de oorlogsjaren).

Violette Nozière
Mesens’ bekendste realisatie als uitgever is de in 1933 verschenen hommage aan Violette Nozière, waaraan alle vooraanstaande surrealisten meewerkten. De zaak Nozière (vaak ook verkeerdelijk als ‘Nozières’ gespeld) was een proces dat heel Frankrijk maandenlang in felle beroering bracht.
Violette groeide op in een tweekamerappartement in Parijs. Haar vader was treinmachinist, haar moeder naaister. Ze deed het aanvankelijk goed op school, maar eenmaal in haar puberteit ging ze slabakken Ze maakte fel ruzie met haar ouders en liep soms weg van huis, ze pleegde kleine diefstallen en liet zich gebruiken voor naaktfoto’s en prostitutie. Ze liep syfilis op, maar vond een dokter die een certificaat schreef dat ze maagd was. De ziekte kon dus alleen maar doorgegeven zijn langs haar ouders. Ze maakte hen wijs dat ze medicijnen moesten slikken een gaf hen een overdosis slaappillen met de bedoeling hen te vermoorden, maar de dosis was niet sterk genoeg. Kort daarop probeerde ze het opnieuw, nu met een veel sterkere dosis. Om dubbele zelfmoord te suggereren zette ze het gas open en ging zelf de buren waarschuwen. De politie kwam erbij. Haar vader was al overleden, haar moeder kon nog gered worden. Violette viel spoedig door de mand: ze had het loonzakje van haar vader gestolen en er was onvoldoende gas verbruikt om twee mensen te verstikken. Bij haar arrestatie sloeg de net achttien geworden Violette door en onthulde dat haar vader haar sinds haar twaalfde had misbruikt.
De affaire Nozière maakte enorm veel ophef en verdeelde Frankrijk in twee kampen: een rechterzijde die het woord incest niet wilde horen en Violette een leugenachtige en gewetenloze sloerie noemde, en een linkerzijde die in deze zaak de ontmaskering zag van een hypocriete burgerlijke moraal.

ELT Mesens bij Verbeke, 2011 (3)

Het reactionaire kamp won en Violette kreeg zonder verzachtende omstandigheden de doodstraf, welke werd omgezet in levenslang want voor vrouwen was het gebruik van de guillotine al een poos afgeschaft. In de gevangenis gedroeg ze zich voorbeeldig en studeerde boekhouding. In 1945 kwam ze vrij dankzij een algemene amnestiemaatregel - er was veel celruimte nodig voor de collaborateurs van Wereldoorlog II. Violette trouwde, het paar begon in Normandië een restaurant en kreeg vijf kinderen. In 1963 kreeg ze rehabilitatie (wat bij doodstraf heel uitzonderlijk was). In 1966 overleed ze aan botkanker.
De kunstmap Violette Nozières (sic) van Mesens’ uitgeverij Nicolas Flamel te Brussel, verscheen in december 1933, nog voor het proces. Het werk omvat gedichten van André Breton, René Char, Paul Éluard, Maurice Henry, César Moro, Guy Rosey, E. L. T. Mesens en Benjamin Péret, naast illustraties door Salvador Dali, Yves Tanguy, Max Ernst, Victor Brauner, Marcel Jean, René Magritte, Hans Arp en Alberto Giacometti. Hans Bellmer verzorgde het omslag. Het is een felle aanklacht tegen de familie, de bourgeoisie en de verdedigers van de gevestigde orde, waarmee uiteraard olie op het vuur werd gegooid in de toenmalige tweestrijd van de publieke opinie. In 1978 verfilmde Claude Chabrol het leven van Violette Nozière, met Isabelle Huppert in de hoofdrol.

Mesens’ collages
De ongeveer 200 collages van Mesens bij Verbeke geven een mooi en representatief beeld van zijn oeuvre. Voor het grootste deel ontstaan tussen 1954 en zijn dood in 1971, bevatten ze zowel dadaïstische als surrealistische elementen. Hij combineerde en verwerkte invloeden van Man Ray, Arp, Picasso, Schwitters en Paul Klee tot een vrij herkenbare persoonlijke mix. De invloed van Klee is nog het duidelijkst – Mesens had een bijzondere bewondering voor hem.
Hij nummerde zijn collages per jaargang, als betrof het een tijdschrift. 1963-4 is dus de vierde collage die hij maakte in 1963. Hij noteerde ook in een schriftje de titels en afmetingen, de plaats van de signatuur en de naam van de koper. 
In 1962 kreeg Mesens in het Casino van Knokke zijn eerste (en enige) solo-tentoonstelling. Marcel Duchamp zond hem bij die gelegenheid een readymade onder de vorm van een telegram, dat door Mesens op de achterzijde van de catalogus werd gereproduceerd.
Behalve de collages zijn er ook partituren, brieven, tijdschriften en boeken te zien van Mesens en zijn surrealistische vriendenkring, die zijn banden illustreren met figuren als Eileen Agar, Scottie Wilson, Salvador Dali, Desmond Morris en Peggy Guggenheim. 
De retrospectieve E.L.T. Mesens kreeg als motto ‘Comme nous l’entendons...’, waarmee verwezen wordt naar een bekende foto van Mesens van een omhooggestoken hand die een boksbeugel draagt. De foto draagt als titel ‘comme ils l’entendent, comme nous l’entendons’ en is een zeer suggestief jeugdwerk van Mesens uit 1925 dat een indruk van paraatheid oproept. 

Mesens en de kunsthandel Als kunsthandelaar was Edouard Mesens beslist niet prominent, en zijn vrij beperkte oeuvre bleef tot lang na zijn dood in de schaduw van Magritte en Broodthaers. Toch werd zo'n tien jaar  na zijn dood bij het Antwerpse veilinghuis Campo al 75.000 Bfr of bijna 2.000 € geboden voo een collage. Maar toen in 2003 bij Drouot in Parijs de collectie van André Breton werd geveild bleek een werk van Mesens opeens meer dan 10.000 euro waard. De naam Breton zal hier wellicht een rol gespeeld hebben (zijn verzameling bracht een verbluffende 45 miljoen euro op) maar feit is alleszins dat musea en verzamelaars overal ter wereld vandaag graag een collage van Mesens aan hun collectie willen toevoegen. 

De Verbeke Foundation
Een bezoek aan de tentoonstelling Mesens kan niet gescheiden worden van de vele andere werken in de Verbeke Foundation. Sinds de opening in juni 2007 begint de verzameling mooi op smaak te komen. Wat aanvankelijk nog wat onwennig en onzeker leek, is nu een duidelijk statement geworden over de artistieke standpunten van Geert Verbeke. In de ruime, hoge serres met hun prachtig licht is elke verwijzing naar een kwekerij of tuincentrum verlaten ten voordele van een toenemende wildgroei en overwoekering. De fusie van kunst en natuur is totaal, en ook het concept van vergankelijkheid dat Verbeke vooropzette komt in de serres mooi tot uitdrukking. Het is daar bovendien een permanent atelier, waar kunstenaars uit binnen- en buitenland geweldige situaties komen opbouwen en weer afbreken. De sfeer van onbepaaldheid die overal voelbaar is, is op zich een creatieve kracht. Het is daar een ruimte waar alles mogelijk is, en de kunstenaars weten dat. Bij Verbeke kunnen dingen gebeuren die in SMAK, MuZee of Muhka ondenkbaar zijn. De Foundation trekt dan ook vooral avontuurlijke figuren aan, waaronder eco-freaks en groene cowboys, zen-boeddhisten en desperados, schimmelkwekers en smurriemeesters, containerplunderaars en bricoleurs. Maar burgerlijke kunst ontbreekt totaal. Bij Verbeke geen dressoirkunst, beleggingskunst, ministeriekunst, kunstbeurskunst, restaurantkunst, SABAMkunst, kunstgeschiedeniskunst of zoetwatersurrealisme. Wat op zich al een verademing mag heten.

Paul ILEGEMS

De tentoonstelling E.L.T. Mesens loopt van 14 augustus tot 16 oktober 2011 in Verbeke Foundation, Westakker - 9190 Kemzeke.  Tel +32 (0)3/789.22.07   -   info@verbekefoundation.com

Categorie
Beeldende Kunst
Auteur
Paul ILEGEMS
Datum
20 augustus 2011

Deel via