The Art Server

 
La fille d'Anvers

Walter Goossens toont nieuw werk in atelier

             W. Goossens 2011 (FINs)

Op de affiche prijkt een sombere berg met hier en daar wat sneeuw. Rondom de top een krans van vijfpuntige sterren, waarin het woordje FIN. De verwijzing naar Paramount is voor elk aardbewoner evident, ook al staat er FIN in plaats van Paramount, en is de berg niet zo spits en ongenaakbaar als de trotse Paramountberg, maar door erosie afgesleten, als een ‘ballon’ in de Vogezen. Het is ook goed te zien dat de dag ten einde loopt.
Je zou denken: dit werk gaat over het einde van Hollywood. Het is een helder, bijna cartoonachtig beeld, dat zich direct in het geheugen verankert. Walter Goossens kan weten hoe dat moet, want als student aan de Antwerpse academie, anno 1958 en daarna, volgde hij een opleiding die toen nog met ontwapenende eenvoud ‘publiciteit’ geheten werd. Maar een 'commercial artist' is Goossens niet geworden, al kwam de reclame in de jaren 1960 in een fase van enorme expansie en was de pop art pas begonnen. Noch commercieel, noch artistiek was hij een reclameman, 

Zijn affichebeeld is veeleer een uitzondering in de reeks schilderijen die hij de laatste jaren heeft gemaakt, want het overgrote deel daarvan oogt vrij complex. Het gaat om samengestelde beelden op basis van collage - knipsels uit weekbladen, de National Geographic enzomeer. De collage is voor hem een dagelijkse bezigheid en een nooit opdrogende inspiratiebron voor zijn schilderijen. Alles vangt aan bij de collage. 
Het vrij grote formaat van 160x200cm is identiek voor alle werken. Walter Goossens voelt geen behoefte om nu eens kleiner, dan weer groter te schilderen. Voor de kijker suggereert het formaat immers een bepaalde hiërarchie - het grootste werk wordt doorgaans als het hoofdwerk gezien, en daar is bij hem geen sprake van - elk werk is even belangrijk als het andere.
Het gelijke formaat schept ook een band tussen de werken, maakt ze tot familie. Er zijn bovendien een aantal motieven die we geregeld zien terugkeren: insekten bijvoorbeeld, larven ook, of groenten en fruit, popjes en maskerachtige gezichten, patronen van textiel of behangpapier, bergen en wolken, sterren en de kosmos. Alles is met grote nauwkeurigheid weergegeven en heeft zijn preciese plek gekregen in de compositie. Het effect doet soms denken aan kaleidoscopische beelden, die altijd wisselen maar toch hun eenheid en herkenbaarheid blijven behouden. En net als bij een kaleidoskoop heeft elk beeld iets stralends. Er gaat een onmiskenbare intensiteit van uit.  
Maar tegelijk werkt het als een fata morgana: je hebt het gezien en wandelt verder, en plots is het alsof je het al helemaal vergeten bent, alsof het er niet eens was - je slaagt er niet in het in gedachten te reconstrueren. Je hebt iets gezien, maar je weet niet meer wat. Zodat je geneigd bent terug te keren om het effect opnieuw te ondergaan.
Waar het werk over gaat valt niet te achterhalen. Maar moet dat wel?

De Zwarte Panter en daarna
Dertig jaar geleden was Walter Goossens een vooraanstaande figuur in galerij De Zwarte Panter, naast Cox, Pas en Bervoets. Zijn werk uit die periode is beladen met sombere verwijzingen naar zijn persoon en levenswijze. Vaak ging het om zelfportretten, soms hard en spottend op het karikaturale af. Zijn doeken dragen titels als ‘Voetvegend zelfportret’, ‘Schouwpijpman’ of ‘Cactusetende paraplu’.
Dat is allemaal voorbij. Met De Zwarte Panter kwam het rond 1980 tot een breuk. Walter Goossens zegt daarover: “Ik praat niet graag over De Zwarte Panter, maar nu moet ik het toch eens doen. Ik ben daar weggegaan om tot dit te kunnen komen. Anderen zullen het misschien anders vertellen, maar voor mij was het verlaten van de Panter allereerst om artistieke redenen. Ik kon me nooit helemaal goed voelen bij Cobra en expressionisme, al betekent dat natuurlijk niet dat ik geen prachtige Cobrawerken en prachtige expressionistische schilderijen ken. Maar we leefden daar in een kleine kring, we zaten veel bij elkaar en pepten elkaar op. Ik was daar niet echt tevreden mee, en kon ook het caféleven niet meer aan. Ik moest op mezelf kunnen terugvallen, helemaal autonoom de vrijheid nemen. Het was een proces dat jaren geduurd heeft. Afstand nemen, niet alleen van mijn vrienden maar ook van mijn vroegere thematiek.
Midden jaren 1980 maakte ik rotzooiwerken, heel grote collages op karton. Ik was toen sterk onder de indruk van de kernramp in Tsjernobyl. Dagelijks liep ik langs de dokken en vulde plastieken zakken met alles wat ik daar vond.
Toen Jan Hoet in 1986 in Gent de tentoonstelling Chambres d’Amis organiseerde nam ik deel aan de alternatieve tentoonstelling in de Vooruit, die ‘Antichambre’ was gedoopt. Met mijn rotzooiwerken. Veel is daarvan niet bewaard gebleven, maar een heel groot rotzooiwerk zit al jaren verborgen binnen een houten wand in mijn tentoonstellingsruimte.”
 
En Goossens gaat ook nader in op enkele van zijn kunstbroeders, alsook op zijn persoonlijke filosofie: “Ik heb bv. bewondering voor Panamarenko, maar iemand als Wim Delvoye vind ik ook formidabel. Panamarenko is voor mij een klassiek kunstenaar, zoals Bervoets. Hij heeft zich vastgezet op één terrein, dat hij steeds verder uitbouwt, als een kat. Terwijl hij nieuwe zones verkent en annexeert, blijft hij binnen zijn thema, steeds terugkerend naar zijn kern. Delvoye is daarentegen niet klassiek, hij maakt een heel andere beweging, als een schaker die nu eens hier een zet doet, dan weer daar. Als kunstenaar is hij van een heel ander slag, niet te vergelijken.”
En ook:
“Ik ben niet jaloers van aard, en kan gelukkig zijn met het succes van anderen. Het geeft me ook voldoening als het ‘mensen van bij ons’ betreft. Spijtig genoeg worden mensen die een hoog niveau hebben bereikt in onze contreien gemakkelijk afgebroken, alsof wij dat niet verdragen. Toen in Kassel de eerste Documenta’s gehouden werden vloog de directeur België voorbij. Was dat dan zo interessant? Ik zie liever dat ze hier landen en dat we mee aan de top staan. Daardoor staan wij toch allemaal een beetje meer in de belangstelling dan vroeger? Dat de ene het haalt en de andere niet, dat is de essentie niet. Ik heb zo’n stelregel die niet van mijzelf komt, maar niettemin: ge moet niet vragen: Ben ik belangrijk geweest voor de kunst, maar: Is de kunst belangrijk geweest voor mij.”

Het nieuwe werk
In zijn recente werken blijven autobiografische elementen afwezig. Ze dragen geen titels meer en leren ons niets over ‘de mens achter het werk’. Waar ze dan wél over gaan blijft een raadsel. De kijker die op zoek gaat naar betekenis en samenhang kan het zich zo moeilijk maken als hij wil, de kans dat hij vooruitgang boekt is gering. De weerbarstige beeldelementen laten zich niet op elkaar betrekken. Elk doek is een dwaaltuin. Je zou al even goed kunnen proberen het werk van Sigmar Polke uit te leggen, of dat van David Salle.
Daarmee is echter niet gezegd is dat ze hun betekenis en emotionele lading hebben kwijtgespeeld. Het is alleen een stuk abstracter geworden. Elk werk ademt een eigen sfeer, die je meer dan eens als vrij prettig kunt ervaren – al zijn er ook pijnlijke beelden, zoals het schaap in een laboratorium dat gevat in een metalen constructie een kanteling maakt en uit zijn neus bloedt.

             W. Goossens 2011 (schaap)

Sommige doeken zijn zowat sprookjesachtig, zoals de rode vlindertjes die opfladderen in een onwerkelijk sneeuwlandschap, schaars verlicht door een ijskoude zon.

             W. Goossens 2011 (Winterbos)

Andere zijn heel delicaat, zoals een stilleven (of vitrine) vol glazen flesjes en vaasjes, klokjes en kerstballen, waartussen hoog opgetild een brandende kaars.

             Walter Goossens 2008 (Klokjes en flesjes)

Of een vijftiental enigszins scheef staande Afrikaanse beeldjes waarvan sommige wellicht in het museum van Tervuren thuishoren maar andere heel hedendaags ogen in modische of sportieve shorts en met een grappig hoedje op het hoofd. Ergens tussen tussen hen in ontwaren we een stijf westerlingetje in lichtblauw kostuum. Mysterieus blijven de drie concentrische cirkels bij bijna elk figuurtje, en de scheef gestapelde, archeologisch lijkende steenblokken waarop ze staan uitgestald. 

             W. Goossens 2011 (Afrobeeldjes)

 Weer een ander doek toont ons temidden van sterren een kosmische pop waar misschien ooit een duizend lichtjaren grote vlinder uit zal geboren worden, terwijl op de achtergrond een komeet voorbijschiet.

             Walter Goossens 2008 (Komeet)

Kunstwerken waar je weinig van begrijpt blijken vaak méér te boeien dan wanneer je meteen doorhebt wat de kunstenaar wou bedoelen. Je gaat van het ene beeld naar het andere, zonder goed te weten wat je op dat ogenblijk precies denkt. Het ene werk zegt iets over het andere, ze vullen elkaar aan en zijn organisch met elkaar verbonden tot een schijnbaar oneindige reeks. Allemaal samen gezien zou dat een wonderlijke tentoonstelling opleveren, en dat is voor Walter Goossens ook een streefdoel, maar in afwachting stelt hij zich tevreden met een jaarlijkse selectie in zijn woning aan de Lange Beeldekensstraat, middenin de Antwerpse volkswijk Seefhoek. Vroeger was het een fabriekje, aan ruimte heerst dus geen gebrek.

De nieuwe tentoonstelling wordt geopend op vrijdag 21 oktober 2011 om 20 uur in Fabriek Noord, Lange Beeldekensstraat 94, 2060 Antwerpen. Ze blijft verder toegankelijk op zaterdag en zondag 22-23 oktober, 5-6 november en 12-13 november van 14 tot 18 uur. Meer info op nr 03-27704 77.
Op http://waltergoossens.blogspot.com/ is het recentere werk van Walter Goossens te bekijken.

Paul ILEGEMS
19 okt 2011

Categorie
Beeldende Kunst
Auteur
Paul ILEGEMS
Datum
19 oktober 2011

Deel via