The Art Server

 
CatharinaDeLaedt

Uitgeverij Voetnoot en galerie Baudelaire in feesttenue

Na een kort intermezzo gaat de Antwerpse fotogalerie Baudelaire in april 2012 opnieuw van start op het Antwerpse Zuid. Opgericht in 2002 als een stichting zonder winstoogmerk door grafisch ontwerper Henrik Barends en vertaalster Anneke Pijnappel, was Baudelaire jarenlang gevestigd in een groot pand aan de Sint-Paulusstraat, waar vele tentoonstellingen werden gewijd aan vooral Nederlandse en Tsjechische, maar ook Belgische fotografie. Als eerste exposant in de nieuwe ruimte wordt opnieuw een Tsjechisch fotograaf aangekondigd: Vladimir Zidlický (zie verder).

Fotoboeken
Met de heropening van Baudelaire vieren Barends en Pijnappel het tienjarige bestaan van de galerie, maar tegelijk ook het vijfentwintigjarige bestaan van hun uitgeverij, die eind 1986 werd opgericht te Amsterdam en de bescheiden naam ‘Voetnoot’ kreeg. Inmiddels publiceerde Voetnoot meer dan vijftig bijzonder mooi verzorgde fotoboeken, waarin werk van Nederlandse fotografen als Martijn Doolaard, Paul Fleming, Sem Presser, William Ropp, Paul Huf, Jacquie Maria Wessels, Gerard Fieret, Nico van der Stam, Koen Wessing, Philip Mechanicus, Wim van der Linden en anderen, naast ook Oost-Europese en dan vooral Tsjechische fotografen, waaronder ook huidig exposant Zidlický. 

Een vermaard Voetnootproduct is ook de reeks van vierkante fotoboekjes die over een bepaald thema gaan en waarvoor telkenmale een gastauteur een toepasselijke tekst leverde. Zo bv. een deeltje over auto’s met tekst van Koen Vergeer, eentje over bebi's met tekst van Willem van Zadelhoff, een over water met tekst van Herman Koch, of over huisdieren met tekst van Herman Brusselmans. 

  Boekjes klein

De foto’s, overwegend zwartwit en op rolfilmformaat, komen uit de archieven van het Maria Austria Instituut te Amsterdam, dat het oeuvre van tientallen bekende fotografen bewaart en beschikbaar stelt. Geen enkel van deze boekjes werd ooit in de handel gebracht, zodat ze al snel de status ‘zeldzaam en gezocht’ verwierven.
Een recent en aanzienlijk dikker fotoboek heet Wat zie ik? en gaat helemaal over Amsterdam. Eveneens gebaseerd op de archieven van het Maria Austria Instituut, belicht het soms belangrijke, maar veel liever allerlei onbelangrijke gebeurtenissen in die stad in de periode van 1930 tot ongeveer 1980. Anekdotische foto’s, verrassende en amusante foto’s, die allicht zeer herkenbaar zijn voor Amsterdammers maar haast evengoed voor wie nooit een voet in die stad gezet heeft. Wat zie ik? werd uitgebracht met vier verschillende omslagen, wat ook voor andere Voetnoot-publicaties meermaals het geval is. 

Literatuur
Voetnoot toonde van bij oprichting ook interesse voor literatuur en essayistisch werk en bracht in de jaren 1990 een reeks van zes deeltjes uit met de kunstkritieken van Baudelaire. Daarop volgden drie andere reeksen die ‘Perlouses’, ‘Moldaviet’ en ‘Belgica’ werden gedoopt en waarvoor diverse vertalers als redacteur optraden, waaronder ook Anneke Pijnappel zelf. De Perlousesreeks (perlouse=argot voor parel) brengt vertalingen van Franse auteurs als Voltaire, Diderot, Sade, Stendhal, Proust en Houellebecq, terwijl de Moldavietreeks zich toelegt op (hoofdzakelijk) Tsjechische schrijvers als Capek, Klíma, Fuks, Fischerová, Placák, Mácha e.a. beide reeksen tellen inmiddels al een twintigtal deeltjes. Haast altijd gaat het om beknopte, minder bekende en vaak nooit eerder naar het Nederlands vertaalde teksten, die stuk voor stuk getuigen van originaliteit en een mooi ontplooide literaire smaak. 

De derde reeks (Belgica) is wat recenter en staat onder redactie van Dirk Leyman, boekenredacteur bij De Morgen en bekend van zijn literaire nieuwssite De papieren man. Leyman selecteerde teksten van Van Ostaijen, Hertmans, De Vree, Koubaa, Petry, Mortier, Willems, Quiriny en Van Loy. En net als de fotoboeken van Voetnoot zijn ook de literaire werkjes gepresenteerd als mooi verzorgde, kleine edities op identiek formaat. 

Kopie van Voetnoot Belgica

Vormgeving
Vormgeving is klaarblijkelijk primordiaal bij Voetnoot, wat niet hoeft te verbazen als men weet dat Henrik Barends zich al sinds de jaren 1960 toelegt op vormgeving en typografie. Eer hij met Voetnoot begon had hij naam gemaakt bij het Shaffytheater en voor Nederlands beroemdste cabaretduo Neerlands Hoop in Bange Dagen van Freek de Jonge en Bram Vermeulen. Ook had hij in 1977 samen met Frits Oppenoorth het Drs. P-comité opgericht, dat nog datzelfde jaar een dubbele LP uitbracht van de vermaarde Doctorandus, Het geheim van het bestaan geheten. De twee platen (resp. De stille Odyssee en De wilde orchidee getiteld) gingen vergezeld van Tekst en commentaar, een ruim gedocumenteerd tekstboek op LP-formaat en meteen ook de eerste publicatie van de liedteksten van Drs. P, bijna tien jaar vóór het verschijnen van Heen en weer, samengesteld door Ivo de Wijs.

  Geheim klein

Barends verzorgde verder een hele reeks boekomslagen voor uitgeverij In de knipscheer, waaronder het debuut van Herman Brusselmans (Het zinneloze zeilen) en kort daarop ook Prachtige ogen. Hij creëerde een originele en vlot herkenbare typografie, luchtig en fris, die op een of andere manier heel Hollands lijkt – je zou het een postmoderne uitloper van De Stijl kunnen noemen, veel vrijer minder principieel dan destijds. Hier en daar balanceren zijn gedurfde lettertypes zelfs op de grens van het leesbare. 

Tentoonstelling Vladimir Zidlický
Qua artistieke fotografie is het bij Baudelaire even wennen, en het werk van Zidlický levert daar een mooi voorbeeld van. De hooggeroemde fotografen van de Becher-Schule en hun wereldwijde navolgers, zich naarstig toeleggend op een loepzuivere en hypergedetailleerde registratie, worden hier niet zo hoog aangeslagen. Je ziet er dus nooit wandgrote foto’s van kantoor- of fabrieksruimten, parkings of toeristische ontspanningsoorden, en je wordt er niet prompt buitengekeken als je zou staande houden dat het oeuvre van Rineke Dijkstra overschat wordt.  
Anderzijds is er wel respect voor de geënsceneerde, vaak ook digitaal gemanipuleerde composietfotografie in de lijn van Jeff Wall, waarvan op elke Brusselse kunstbeurs voorbeelden te zien zijn (in de editie 2012 o.m. de bekende Russische groep AES+F met Het Feest van Trimalchio, of David Lachapelle met een extreem kitscherige Geboorte van Venus). De bedrieglijke en apert liegende fotografie, die Baudelaire zelf waarschijnlijk zou verkozen hebben, wars als hij was van de louter reproductieve weergave van de werkelijkheid.
Naast de fantasiefotografie staat ook het fotografische experiment in galerie Baudelaire vooraan, de trucjes en foefjes van de donkere kamer met bijhorende chemische poespas, waartoe Niepce, Fox Talbot en Daguerre het startschot gaven. Het oeuvre van Vladimir Zidlický bevindt zich op deze lijn. 

In de jaren 1960 begonnen als schilder, maakte Zidlický enige naam met naar verluidt erg virtuoze schilderijen. Toen hij zich kort daarna op de fotografie ging toeleggen betekende dat niet echt een afscheid van het schilderen, zoals uit vele van zijn foto’s blijkt. Die hebben vaak een sterk picturale en grafische kwaliteit, en lijken soms meer op een monotype van Degas dan op een foto. Felle of contrasterende kleuren ontbreken. Alle foto’s hebben de warmbruine tinten van oude sepiadrukken, wat de associatie met monotypes versterkt. 

  Zidlick

Hij gaat haast altijd uit van de menselijke figuur, die hij naakt en onherkenbaar positioneert in een ijle en ondefinieerbare ruimte, waarin decor, meubilair en accessoires ontbreken. De onherkenbaarheid van de figuren wordt nog benadrukt door opzettelijke krassen op het negatief en zelfs perforaties op de plekken waar zich de gezichten bevinden, resulterend in een enigszins luguber effect. Soms blijkt zelfs de hele schedel op grove wijze weggeknipt uit het negatief, als mensen doen in een bui van agressie tegen een afgebeeld persoon. De omtreklijnen van de figuren worden soms geaccentueerd, soms ook verdoezeld door tijdens de opname lichtlijnen in te branden in het negatief, een werkwijze die de naam 'luminografie’ kreeg en al door Picasso werd toegepast door met een zaklamp in de lucht te tekenen voor een camera met openstaande sluiter. Meestal is het beeld het resultaat van meerdere opeenvolgende bewerkingen, en de complexiteit van zijn werk lijkt ook met de tijd toe te nemen. 

Zidlick (2)

Zidlick (1)

Er is bij Zidlický een permanente onvrede voelbaar met het gefotografeerde beeld, een soort haat-liefde verhouding. Nooit laat hij het op zichzelf staan, steeds is er de impuls om het te verbeteren en te vervolmaken - maar ook om het te verminken. Zijn foto’s lijken vaak iets bedreigends en sinisters op te roepen. Je zou ze kunnen interpreteren als evocaties van Dante’s Hel, doch nooit in letterlijke zin, en je zou het al evengoed kunnen omkeren en ze als een Tuin der Lusten zien - al ontbreekt ook in erotische zin elke letterlijkheid. Zidlický laat veel, zoniet alles aan de kijker over. 

Zidlick (3)

De opvatting dat het negatief niet meer is dan een vertrekpunt tot verdere creatie was vanzelfsprekend in de 19de eeuw, toen haast elk fotograaf een of andere vorm van beeldbewerking toepaste. Met het modernisme kwam de idee van de onaantastbaarheid van het negatief opzetten en werd elke vorm van beeldmanipulatie taboe. Zelfs het uitvergroten van een deel van het negatief om dat als een autonome opname te presenteren werd slecht onthaald. Zodat de fotografen nog het liefst de randen van het negatief zichtbaar maakten in de afdruk, vaak met perforaties en merknaam incluis.
Maar postmoderne tijden maakten daar een eind aan, en de opkomst der digitale middelen opende een universum waar zelfs de beste 20ste eeuwse  beeldvervalsers en trucagespecialisten alleen maar van konden dromen. En net als ten tijde van het 19de eeuwse picturalisme is nu opnieuw de idee aan de orde om fotografie en schilderkunst te mixen. Strak geposeerde foto’s, composietfoto’s, nadrukkelijk artificiële ensceneringen, het komt allemaal voor en bestaat evengoed in de schilderkunst (bv. het werk van Kati Heck).

De viering van Voetnoot en Baudelaire culmineert in het najaar met de tentoonstelling '25 jaar Voetnoot' in het antikwariaat Demian, Conscienceplein 16-18 te Antwerpen, en met een tweede tentoonstelling ten huize Baudelaire, opgezet als een hommage aan de gedoemde dichter. Tegelijk verschijnt ook een boek als een gezamenlijke editie van Voetnoot en Demian, waaraan vele schrijvers, dichters, vertalers en kunstenaars hun medewerking verlenen. 

21 april 2012

De tentoonstelling Vladimir Zidlický loopt van 22 april tot 9 juni 2012 in galerie Baudelaire, Vlaamse Kaai 28, 2000 Antwerpen
Meer info op www.galeriebaudelaire.be

Categorie
Beeldende Kunst
Auteur
Paul ILEGEMS
Datum
21 april 2012

Deel via