The Art Server

De tekeningen van Jeroen Hollander en Toon Van Borm

Jeroen Hollander 02 s Tekenen is het laatste decennium uitgegroeid tot een populair medium en een volwaardige kunstvorm. Voordien had tekenkunst minder aanzien, doordat het een tijdelijk karakter had. Het werd meestal gebruikt voor de ontwerpfase en als voorbereiding voor het realiseren van het ‘echte’ kunstwerk. Vandaar dat tekeningen vaak tot stand kwamen in vergankelijk en goedkoop materiaal, wat hun voorlopige uitstraling kracht bijzette. Nu is tekenen voor steeds meer kunstenaars het eindproduct en het medium dat hun artistieke oeuvre behelst. Dat leidt tot experimenteren met dragers, tekenmateriaal en grotere formaten. Toch hoeft tekenkunst in geen geval onder te doen. De fragiele, bescheiden en subtiele aard, sieren het medium. Ook de spontaniteit, waarmee de lijnen vorm krijgen, maken van tekenen een overtuigende uitdrukkingsvorm.

Ook Jeroen Hollander (°1976, Antwerpen) en Toon Van Borm (°1973, Lier) hebben ontzag voor de lijn. In galerie Marion de Cannière presenteren deze kunstenaars hun werk voor het eerst samen. Beiden zijn ze gepassioneerde tekenaars met een fascinatie voor netwerken. Hollander is in de ban van trajecten van openbaar vervoer. Ze vormen herkenbare patronen door het landschap. Ook Van Born maakt een typisch menselijke structuur concreet. Hij verbeeldt taal en onderzoekt daarmee een onmisbaar communicatiesysteem in onze samenleving. Behalve hun gemeenschappelijke interesse voor menselijke patronen, delen ze ook de spontaniteit, waarmee ze hun tekeningen realiseren. De beelden borrelen op vanuit hun ongebreidelde verbeelding. Dat geeft hun werk een herkenbare en eigenzinnige stijl. Het oeuvre van beide kunstenaars heeft een repetitief en regelmatig karakter. Uit hun keuze voor lijnvoering, vormgeving en compositie blijkt dat ze veel belang hechten aan de esthetische kwaliteiten van hun werk.

De tekeningen van Jeroen Hollander zijn gebaseerd op plannen van trein-, tram-, metro- en busnetwerken. Al van kleins af aan bestudeert hij ze en volgt hij de veranderingen op de voet. Als hij reist maakt hij met veel plezier gebruik van het openbaar vervoer. Voor zijn tekeningen inspireert hij zich op de plaatsen waar hij geweest is. Soms combineert hij al deze netwerken. Dan weer kiest hij ervoor om één of meerdere vervoertrajecten apart te belichten. In andere tekeningen duidt hij ook autowegen, rivieren of parken aan. Af en toe verlevendigt hij zijn kaarten met figuratieve elementen, zoals huizen of bomen. Maar het sterkst staan de plannen op zichzelf.

Meestal werkt hij met stift op papier, omdat hij van duidelijke lijnen en felle kleuren houdt. Met dikke, kronkelende lijnen brengt hij autowegen, rivieren of opvallende trajecten aan. Daarna voegt hij met fijnere stiften de andere netwerken toe. De concentratie van zijn lijnen en de keuze van zijn kleuren hangt af van waar hij de aandacht op wil vestigen. Zo benadrukt een kluwen van lijnen in dezelfde kleur de chaotische aard van een netwerk. Elders geeft hij door kleurcontrast, het verschil tussen streekbussen of stadsvervoer weer. De tegenstelling tussen stadscentrum, voorstad en platteland geeft hij vorm door een veranderende opeenhoping van netwerken. In de stad kiest hij bijvoorbeeld voor een felle kleur, omdat die lijnen veel mensen vervoeren. Nummers en cijfers geven de trajecten van de vervoersmiddelen aan. Hij drijft het realiteitsgehalte op de spits. Niet alleen vormelijk zijn de vervoersplannen knap in beeld gebracht. Hij houdt ook rekening met het feit dat streekbussen hoge en stadsbussen lage cijfers hebben. Natuur- of landsgrenzen zorgen voor uitsparingen of opdelingen in zijn tekeningen. De patronen op de andere landsgrens zien er structureel vrijwel hetzelfde uit. Toch zijn het andere maatschappijen met een ander beleid wat tot kleine verschillen in symbolen en kleuren leidt.

Toon Van Borm schrijft zijn gedachten neer in een sierlijk, maar onleesbaar geschrift. Hoewel hij met verschillende materialen op allerlei dragers werkt, beschouwt hij zijn tekeningen als één werk. Zijn schriftuur blijft steeds hetzelfde, maar de arbeidsintensiteit verandert door de keuze van zijn drager. Meestal werkt hij op papier, waarop hij vloeiend kan schrijven. Soms krast hij zijn teksten in staal- of glasplaten. Van dichtbij herken je geschreven woorden. Op een afstand vormt de tekst een weefsel door de dichtopeengepakte, sierlijke bewegingen. Hij schrijft de tekst in horizontale en verticale blokken door elkaar. Zo ogen de tekeningen als een lappendeken. De afzonderlijke woorden creëren een fragiele, rafelende rand. Deze is goed zichtbaar, doordat hij zijn compositie in het midden van de drager plaatst. Zo laat hij net zoals bij een tekst de randen van de drager onbeschreven.

De kunstenaar schrijft zinnen en tekstpassages. Naar eigen zeggen in het Engels, maar de betekenis kan je niet achterhalen. Als ik hem vraag waarover hij schrijft, blijft hij het antwoord schuldig. “Het kan over alles gaan”, zegt hij. “Je zou het kunnen vergelijken met een café, waar verschillende gesprekken aan de gang zijn, zonder dat je ze kan verstaan. Het fascineert me dat je de mensen niet begrijpt, maar het patroon meteen als een gesprek herkent.”
Van Borm stelt vast dat we in onze maatschappij geconfronteerd worden met een gigantische hoeveelheid aan gegevens. Hij vraagt zich af hoe we nog ooit een overzicht kunnen krijgen aan het netwerk van informatie. Dat uit zich ook in zijn werk. De hoeveelheid aan tekens en de ondoordringbare textuur zijn niet in één oogopslag te bekijken. Het overstelpt je met zo veel informatie zonder dat je het geheel ooit kan vatten.

December 2011, Indra Devriendt

Contemporary Art Gallery Marion de Cannière

Categorie
Beeldende Kunst
Auteur
Indra Devriendt
Datum
25 mei 2012

Deel via