The Art Server

De geboortedag van de kunst - State of the Union.

mhka Op 17 januari 2013 werd in het M HKA in Antwerpen op de viering van de geboortedag van de kunst door theatermaker Jan Lauwers een State of the Union uitgesproken.

Hieronder vindt u de volledige tekst.

Een geboortedag voor de kunst. Ach ja, 17 januari is een westerse datum. Het jaartal vermelden we niet. De eerste westerse kunst is het onooglijke mannetje met zijn penis in erectie die een stier doodt ergens in een grot in Frankrijk. 10 000 geleden bestond kunst nog niet. Frankrijk ook niet. Anders zou Filliou nog denken dat de eerste kunstenaar een Fransman was. En met dat soort nationalisme moet het maar eens afgelopen zijn. 10 000 jaar geleden bestonden seks en dood wel. Eros en Thanatos en daartussen ligt heel de wereld. De moderne tijden vergeten dat wel eens. Het urinoir van Duchamp tot belangrijkste kunstwerk van de twintigste eeuw uitroepen, is een poging om te vergeten dat kunst altijd over seks en dood gaat. Duchamp’s laatste werk ‘Etant Donnés’ maakt dat op een bijna belachelijk naïeve manier duidelijk. Men vraagt me naar een stand van zaken.

We hebben zowat alles gedeconstrueerd in de twintigste eeuw. We hebben alle normen en waarden door elkaar geschud. We hebben natuurwetten getart en ideologieën vernietigd. Nu leven we in een tijd die herdenkt. We herdenken de democratie, we herdenken de religies, we herdenken Europa, we herdenken het hele kapitalistisch systeem, dus moeten we ook kunst en zijn relatie met die zich-te-snel-veranderende maatschappij herdenken. Maar dat is normaal in de wereld van de kunsten, dat herdenken of herdefiniëren als u dat liever hebt. Toch meen ik te moeten vaststellen dat de kunstwereld te traag reageert. Kunst moet traag zijn in zijn creatie, maar snel in zijn reactie. Reageren op een wereld die steeds maar weer met de vinger wijst en roept dat kunstenaars zich moeten aanpassen aan de noden van het moment. En die noden zijn blijkbaar enkel politiek en financieel. En in die twee werelden is alles omkeerbaar en cynisch geworden. Als kunst in het ‘nieuws’ komt is het ofwel omdat er weer een recordbedrag is betaald of omdat het een politieke evenementswaarde heeft. Kunst komt nooit in het nieuws omdat het iemand een nieuw inzicht heeft gebracht. Omdat het iemand een klap voor zijn kop heeft gegeven. Stel je voor! Wat een pathetiek!

Men probeert door de eeuwen heen kunst voor een bepaalde kar te spannen: kunst als belegging, sociaal geëngageerde kunst, kunst die enkel in zichzelf een betekenis heeft, kunst die ontroert of alleen maar schoon wil zijn, kunst die de wereld wil veranderen, kunst die choqueert, kunst die ontspant, kunst die doet nadenken, kunst als vulgair vermaak, hippiekunst, kunst voor de ascetische elite, iconoclastische kunst, salonkunst. Allemaal termen om kunst te recupereren. Maar kunst is niet eenduidig en spreekt zichzelf graag tegen. Daar ligt zijn kracht en zijn subversiviteit. Daarom is kunst tegen wil en dank een belangrijk instrument voor elke vorm van maatschappij. Daarom jaagt kunst angst aan. Daarom hebben kunstenaars zo’n verantwoordelijkheid. Wat als kunst niks heeft te maken met ecologie, de Noord-Afrikaanse revoluties, religieus fundamentalisme, het ontwerpen van een nieuwe nationale vlag of het versieren van een staatsgebouw? Wat als kunst bedoeld is om nooit te lukken? Onvoorstelbaar in de volstrekt kleinburgerlijke wereld die de macabere kunstmarkt er heeft van gemaakt. Dat moeten we dus herdenken.

De dOCUMENTA in Kassel was zo’n poging tot herdenken en werd nogmaals het bewijs dat kunst over vorm gaat. Hoe schrijnend sommige verhalen ook zijn: als ze geen radicale en nauwkeurige bedachte vorm krijgen betekenen ze niks. De kus van Rodin gaat in de eerste plaats over marmer en dan pas over liefde. Omgekeerd heet het kitsch. Een kunstenaar moet het lef hebben zich in de eerste plaats met de materie bezig te houden. Het idee komt op de tweede plaats. Het sociaal of politieke engagement is niet relevant. Dat is de denkfout die velen maken als men spreekt over de positie van kunst. De Suprematisten hebben dat bewezen. Michelangelo heeft dat bewezen. Zijn Sixtijnse kapel heeft de tijd overleefd dankzij de vorm, niet de inhoud. Daarom is Kassel 2012 / dOCUMENTA (13) een vergissing. Maar één die respect afdwingt. En waar we dankbaar voor moeten zijn. Het opent de ogen. Te veel wanhopige pogingen om toch maar aansluiting te vinden bij de werkelijkheid hebben ertoe geleid dat kunst door Jan en alleman moet begrepen worden. Daardoor was veel kunst in Kassel ontroerend in zijn naïviteit, maar vaak niet goed genoeg in zijn vorm.

Kunst als verzet dan. Een Franse graffitikunstenaar (Kidult) heeft een aantal peperdure kledingszaken aangevallen. De gevels bespoten met een tweekleurige vlek. Rood en zwart, de kleuren van de anarchie. De titel van het werk: Your Luxury, Our Misery. De kunstenaar die aanklaagt. Wat wil nu het geval: het slimme ‘systeem’ heeft op een zelfde radicale manier gereageerd: een foto genomen van de bespoten gevel, afgeprint op een T-shirt en te koop aangeboden in de winkel voor 450 euro. Het is een gegeerd object. Vermaak alom. Kunst als politiek wapen heeft voornamelijk naïeve en deerniswekkende kunst voortgebracht. (Lees er maar eens de lichaamsbeschrijving van Jan Breydel op na in ‘De Leeuw van Vlaanderen’. Conscience heeft zijn volk toch niet zo goed leren lezen. Maar laten we het hem niet kwalijk nemen. Een slecht boek is even lovenswaardig als een goed boek, zoals Hugo Claus het verwoordde, het is namelijk even moeilijk te schrijven. Althans in een niet-cynische maatschappij.)
Alles is politiek, maar kunst is niet alles: kunst heeft niks met macht te maken. Maar wordt steeds weer gedwongen om met de macht samen te gaan. Dat moeten we herdenken. Kunst heeft te maken met het vormgeven van het onmogelijke. Kunst is een eindeloze reeks mislukkingen die het waard zijn gemaakt te worden. En we leven nu eenmaal in een maatschappij die mislukkingen niet tolereert. Ook dat cynisme moeten we herdenken. Net zoals we terug moeten eisen dat een politicus een wijze man is met een grondig historisch besef die ons allen stijlvol en hoffelijk leidt naar die ene betere maatschappij. Dat we moeten eisen dat een bankier enig moreel besef heeft. Dat een consument inziet dat er bloed kleeft aan een te goedkope jeansbroek. Zo moet een kunstenaar zich gedragen als een nauwkeurige denker met een missie die op zoek gaat naar de ‘wijsheid’ en weigert de stukadoor te zijn van de decadentie.

De New Yorkse kunstenares Rachel Lowther zond me een mail enkele dagen na de dood van Mike Kelley waarin ze haar verontwaardiging uitte over de slechte berichtgeving rond de dood van haar vriend. Ze schreef me dat hij geen zelfmoord heeft gepleegd uit gebrek aan liefde, maar uit ontgoocheling. Ontgoocheling over het keiharde marktsysteem dat de kunst terroriseert. Als dit waar is, ben ik boos op Mike Kelley. Alsof de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de kunstenaar te zwaar is om te dragen. Kunstenaars zijn uit overtuiging verliezers, maar worden in een cynische maatschappij gedwongen winnaars te zijn. Vandaar de noodzaak voor heel wat kunstenaars om zich te compromitteren met de macht. Omdat ze zonder die macht nauwelijks hun werk kunnen realiseren. De ‘grote’ kunstenaars van onze tijd spelen het spel van de markt en de macht met bravoure. Ze gedragen zich als de nieuwe feodale heren en plegen zelfmoord omdat hun subversiviteit niet begrepen wordt. Alsof die subversiviteit een handelswaar is. En daar schuilt het gevaar. Dat door het cynisme van onze tijden alles gerecupereerd wordt en verbrijzeld tot lichtzinnigheid. Daarom komt de hedendaagse kunst zo depressief over: het gaat te veel over het slechte, de gedachten zijn te klein geworden, de communicatie erover waardeloos. Te weinig zegt men dat de ruimte tussen de bomen het bos is en niet de bomen zelf. Het credo dat een roos alleen maar een roos is heeft ons de nek omgedaan. Alsof een schilderij met drie glazen vaasjes minder interessant zou zijn dan een schilderij over een gaskamer. Omdat kunstenaars uiterst gevoelige en zeer nauwkeurige denkers zijn moeten we veeleisender zijn. Kunstenaars willen niet winnen omdat ze geen wedstrijd spelen. Kunstenaars willen niet geliefd zijn omdat ze niet moeten herkozen worden. Daar ligt de vrijheid. Daar ligt ook de verantwoordelijkheid. Ik ken geen enkele kunstenaar die met plezier bezig is met geld. Ik ken geen enkele kunstenaar die met plezier een keuze moet maken tussen verdwijnen in het korenveld of kasteelheer worden. Ik ken geen enkele kunstenaar die een hiërarchisch onderscheid maakt tussen verschillende kunstdisciplines zoals dat steevast gebeurt in de beperkte wereld van de kunstmarkt. Een schilderij van Borremans is een miljoen euro waard en een gedicht van Hertmans geen fluitje van een cent. Toch zijn ze even goed en even lastig te maken. Het eist ontzettend veel discipline en het is weerloos in zijn waarde.

Kunstenaars moeten een zekere vorm van onverschilligheid koesteren opdat ze hun opdracht op een goede manier kunnen volbrengen. Die onverschilligheid is noodzakelijk om te komen tot vlijmscherp maatschappijkritisch werk. En een goed kunstwerk is altijd maatschappijkritisch. Die onverschilligheid is moeilijk te bereiken in de wereld van de kunstmarkt. De belangen zijn te groot. De echte subversiviteit is vandaag eerder te vinden in een gedicht of, ach ik kan het niet laten, een gesubsidieerd theaterstukje. Een samenleving die subsidies geeft aan mensen of groepen die de opdracht hebben deze samenleving kritisch op de korrel te nemen of tot nieuwe inzichten te doen komen, bewijst hiermee dat het een sterke, tolerante en open samenleving is. De Europese samenleving staat in die zin bovenaan de lijst van tolerante maatschappijen. Het mag al eens gezegd worden. Vandaar dat reactionaire regeringen het liefst kunst tot behangpapier degraderen waar zeker geen gemeenschapsgeld mag naartoe gaan. En reactionaire geesten dulden geen tegenspraak. En begrijpen niet dat kunst niet als doel heeft helder te zijn. Dat kunst altijd contradictorisch is. Dat l’art pour l’art bijvoorbeeld nooit heeft bestaan en dat kunst toch vooral zichzelf moet zijn. Deze contradicties worden haast nooit door beleidsmakers begrepen en veroorzaken angst. En die angst leidt tot repressie. En daar schuilt ook weer een grote verantwoordelijkheid voor de kunstenaars: het verzet tegen die repressie moet van de kunstenaar zelf komen. Gerard Richter schreef ooit dat zijn bezorgdheid niet de kunst zelf is, maar waarvoor kunst kan gebruikt worden. Deze gedachte moeten we opnemen in ons herdenkingssysteem.

Tenslotte wil ik hier ook nog zeggen dat er zeer goede kunst gemaakt wordt vandaag de dag. Er wordt kunst gemaakt die mijn leven beïnvloedt, waardevol maakt en zelfs hoop geeft. De kunst van de twintigste en de prille eenentwintigste eeuw is niet zo sterk als zeg maar die van de 12de of 13de eeuw, maar beter dan die van de 8ste. Dus we zijn niet slecht bezig. Er zijn veel goede kunstenaars die zeer nauwkeurig en noodzakelijk werk verrichten en geloven in een maatschappij waar het nog goed is goed te doen, om het met de woorden van Ian McEwan te zeggen.

Toen ik enkele jaren geleden de piratententoonstelling van Paul McCarthy bezocht in de White Chapel in Londen zag ik een hyperrealistisch wassenbeeld van hemzelf op een wankel veldbedje, enkel gekleed in een hemdje, zijn genitaliën bloot, ogen dicht, heel vredig en heel dood. Twee meter van hem vandaan lag een plaasteren, kapotte vrouw met gespreide benen op een houten werktafel. Uit haar achterhoofd groeide een gigantisch mannenhoofd. De vrouw glimlachte. Deze installatie getuigde van een immense schoonheid en liefde voor het leven en de kunst. Ik was verbijsterd en gelukkig. Als ik zoiets ervaar, begrijp ik niet dat er zo weinig mensen naar dat soort schoonheid op zoek zijn. Het geeft mij de nodige energie en zuurstof om het vol te houden als mens. Ik voel hierbij een enorm optimisme en geloof daardoor dat in wezen de mens goed is. Ook als kunstenaar ben ik altijd gelukkig bij het zien van een sterk kunstwerk. Opgelucht ook. Dan hoef ik zelf dat beeld niet meer te maken. Ik ben iemand die zich altijd vereenzelvigd met een goed kunstwerk en zijn maker. Ik word die Paul McCarthy met zijn billen bloot. In de Velázquez-kamer in het Prado word ik Velázquez en begrijp al zijn problemen. Ik ben een kameleon. Als kunstenaar ben ik iedereen. En ik ben er niet bang voor. Ik ben iedereen en een kunstenaar die enkel zichzelf is, is een lafaard.

Eén ontroerend moment in de controversiële dOCUMENTA en enigmatisch voor onze tijd: de kunstenaar Adrian Villar Rojas die de virtuositeit van zijn vakmanschap, wat de voor onze tijden noodzakelijke zekerheid aan de waarnemer geeft, koppelt aan een conceptuele en tevens politieke daad door zijn beelden te vernietigen na de expositie. Het is controversieel in zijn kritiek, namelijk de vernietiging, ontroerend door zijn melancholie, met name zijn virtuositeit, en daardoor glashelder in zijn subversiviteit. Rojas en vele kunstenaars met hem leren uit de zelfmoord van Mike Kelley en ik ben een romanticus die hoopt dat iemand de prachtige beelden van Rojas net voor hun vernietiging heeft gestolen en deed verdwijnen in een regenwoud waar duizenden jaren later een archeoloog van verstomming geen woord meer kan uitbrengen. Ik dank u.

Jan Lauwers

Foto: (c) M HKA

Categorie
Cultuur
Auteur
Datum
19 januari 2013

Deel via