The Art Server

Jurgen Brodwolf - De rafelige randen van het bestaan

Het werk van Jürgen Brodwolf ( °1932, Dübendorf, Zurich) is onlosmakelijk verbonden met de ‘tubenfigur’, uitgeknepen verftubes met resten van verf en etikering die hij in ontelbare variaties, in de vorm van de menselijke figuur kneedt. Sinds 1959 maken die symbolische menselijke figuren, die niet zelden zijn afgebeeld als schaduwen van zichzelf, deel uit van zijn oeuvre. Begin jaren ’70 duikt de tube-figuur op in zijn sculpturen en vanaf 1975 worden ze een onderdeel van zijn objectfoto’s.

Zoekend naar de oorsprong van zijn tube-figuren verwijst Brodwolf naar zijn jeugd toen hij als enig kind rondzwierf in en rond ongerepte bossen, weiden, moerassen en vijvers en zijn rijke kinderlijke fantasie losliet op de takken, stukken mos en drijfhout die bij elkaar sprokkelde. De aanblik van een leeggeknepen verftube in zijn atelier, ruim twintig jaar later, sloeg hem als een bliksemschicht terug naar die jeugdige zwerftochten en de kinderlijke sculpturen die hij samenstelde uit wat hij vond in het water en tussen de half vergane bladeren. “Die tube-figuren hebben voor mij de weg uitgestippeld”, zal Brodwolf later verklaren. “Uit die eerste tube-figuren ontstonden nieuwe figuren die samen een typologie van de menselijke figuur gingen vormen. De biografie van deze oerfiguur is onlosmakelijk verbonden met die van mezelf. Het ene is zonder het andere niet meer denkbaar.”

Van 1948 tot 1952 volgt Brodwolf een opleiding tekenkunst en lithografie. Kort na zijn studie reist hij naar Parijs waar hij als autodidact begint te schilderen en kennis maakt met de Informele schilderkunst (Art Informel). In Brienz waar hij zich in 1954 vestigt, gaat hij aan de slag als grafisch kunstenaar, restaurateur van middeleeuwse fresco’s en later als glasschilder. Invloeden van deze experimenten zullen zich blijvend reflecteren in zijn tekeningen, schilderijen en sculpturen. In 1976 wordt Brodwolf uitgenodigd om les te geven aan de ‘Fachhochschule für Gestaltung’ in Pforzheim. In 1982 wordt hij docent beeldhouwkunst aan de ‘Staatliche Akademie der Bildenden Künste’ in Stuttgart. Met zijn doorgedreven studie van de menselijke figuur en de relatie tussen kunst en alledaagse voorwerpen oefende Brodwolf een zeer grote invloed uit op zijn studenten.

Brodwolf gebruikt bij voorkeur onconventionele materialen zoals asfalt die hij samen met zijn tube-figuur in een nieuwe context plaatst. Verwijzingen naar de recente geschiedenis zoals de Holocaust of de Zuid-afrikaanse apartheid zijn sterk aanwezig in zijn werk. In 2016 maakte Brodwolf een serie tekeningen bij de tekst 'Mandelas Erde' van Wole Soyinka.

Tekst en beeld zitten sterk verknoopt in het werk van Brodwolf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het boek een fundamentele aanwezigheid kreeg toebedeeld. Het boek als middel tot archivering van gedachten en drager van kennis of als symbool van macht. Soms is het boek aanwezig als fysiek onderdeel van het werk, soms wordt het boek het werk op zich waarop wordt ingegrepen door middel van verscheidene technieken. In het werk Tous II (Scripyrae) uit 1992 legt Brodwolf een tube-figuur in een boek uit 1858 in een rechthoekig uitgesneden ruimte en begraaft hij de mens symbolisch tussen de gedrukte en dus gearchiveerde tekst. Bijwijle werwerkt hij fragmenten van literaire teksten in zijn werk en voorziet ze van kanttekeningen. Zo zien we schrijvers als als Franz Kafka (Buchobjekt met 26 Bemalungen, 1979), Oscar Wilde (Buchobjekt, 1988), Marcel Proust (Buchobjekt, 1987) of Elias Canetti ('Elias Canetti, die Blendung', Buchobjekt, 1979) in zijn werk opduiken. Stuk voor stuk auteurs die de menselijke existentie scherp ontleedden.

Toch blijft de tube-figuur het alfa en omega van bijna elke ingreep, van bijna elk werk. De tube-figuur is en blijft het centrum van zijn uitwaaierend artistiek universum. De uitgeknepen verftube als verzinnebeelding van de zwakheid en kleinheid van de mens, in elkaar gedoken en kwetsbaar, naar elkaar toe neigend, afgebeeld als emotieloze insecten of zorgende tere wezens, verbonden met elkaar door navelstrengen of grijpende ledematen, eros en thanatos..

Door zijn figuren te omzwachtelen met fijn tulle-achtig textiel is de verwijzing naar de dodencultus en het religieuze pertinent aanwezig. Een van zijn installaties kreeg overigens de titel ‘Altar’.

Brodwolf tracht steeds verder door te dringen in de menselijke existentie alsof hij met een microscoop inzoomt tot een amoebeachtig wezen zichtbaar wordt en Brodwolf als zoekend mensenkind en kunstenaar daar het enigma van het menselijk leven tracht te ontsluieren.

 

Categorie
Beeldende Kunst
Auteur
GG
Datum
28 april 2017

Deel via