The Art Server

De wereld volgens Stijn Bastianen

De wereld van Stijn Bastianen (1987) is bevolkt met rare snuiters. Ze leven in een toneelachtige wereld, opgebouwd tegen een achtergrond van samengevoegde decors. Voorwerpen lijken achteloos verloren gelegd in een vreemde omgeving. Ook mens en dier lijken niet thuis te horen in deze eigenaardig wonderbaarlijke biotopen. Te groot of te klein, steeds is er die wrijving en frictie die de wereld hortend en stotend tot stilstand brengt tot een gestold tableau. Welkom in de wereld van Stijn Bastianen.

‘The world according to Bastianen’: in zijn werk gaat Bastianen op zoek naar een visuele omschrijving hoe hij de wereld ervaart. Elementen uit zijn omgeving die hem fascineren worden op een eigenzinnige beeldende manier bij elkaar gebracht. Het zijn trouvailles, zowel fysisch als mentaal, afkomstig uit zijn onmiddellijke omgeving of verder weg, geplukt uit de virtuele internetwolk. Dat er surreële elementen binnensluipen hoeft niet te verwonderen. Ook in de reële wereld is het surreële zo van de straat bijeen te rapen. En is België niet het land waar het surreële ons in de genen zit. Op dit vlak bevindt Bastianen zich in zeer goed gezelschap.

Niet zelden wordt vertrokken vanuit een, al dan niet, vaag idee, zonder een duidelijk vooropgezet einddoel. Drijfveer is de improvisatie waarbij associatie de motor is voor een stream of  consciousness. Het is een veelvoud aan indrukken die richting geeft aan het te volgen parcours. Spontane invallen en opduikende beelden worden met elkaar verweven. Zij zijn de stuwende krachten naar een niet vastliggend eindresultaat.

De som van dit alles is een volstrekt eigenzinnige fictieve wereld waarin kritiek op de maatschappij een dwingend en duidend karakter krijgt. Was het niet de Frans-Belgische schrijfster Marguerite Yourcenar die zei dat de meeste realiteit te vinden was in haar fictieboeken.
Humor en ironie, in tal van gradaties, maken onlosmakelijk deel uit van dit universum. Absurde elementen leggen de vinger op de wonde en tonen de betrekkelijkheid der dingen. Taboes worden niet uit de weg gegaan en seks is inherent in zijn werk verweven.

Niet dat Bastianen schrik heeft van het witte onbeschreven blad. Maar zijn uitspraak dat hij niet kan werken op een wit doek is tekenend voor zijn manier van werken. “Ik weet gewoonlijk wat ik wil, maar meestal als er al een aanzet op het doek staat. Vertrekken van een wit doek is moeilijk omdat je geen leidraad hebt van waaruit het ene uit het andere ontstaat. Ik denk dat de mensen dat ook zo voelen wanneer ze een werk van mij bekijken. Niet dat dit voor mij belangrijk is. Ik ben op geen enkele manier bezig met wat mensen leuk of interessant zouden vinden. Ik ben daarin super egoïstisch. Wat mij interesseert is het belangrijkste en wat anderen er van vinden, telt op het moment van het schilderen niet mee. Ik heb een aantal mensen aan wiens mening ik waarde hecht en voor de rest maakt me dat eigenlijk niet uit.”

Ik vind het soms leuk om te schilderen zonder te zien wat je echt aan het doen bent. Gewoon drijven op je intuïtie.

Bastianen bedient zich van een breed vocabularium en heeft met de jaren een herkenbaar schriftuur ontwikkeld. Figuratieve schildertechnieken worden afgewisseld door meer schetsmatige verftoetsen tot abstracte veegachtige en onafgewerkte kleurvlakken. Zijn klassieke opleiding springt meteen in het oog. Bastianen behaalde een Master in de Schilderkunst aan de Academie van Antwerpen. Aansluitend behaalde hij ook een Master in de Vrije Grafiek waardoor hij eveneens vertrouwd is met de tekenkunst en grafische technieken die hij in zijn werk integreert. Met het zuivere tekenwerk komt Bastianen zelden naar buiten maar vormt binnen de praktijk een welgekomen afwisseling met het schilderwerk. Uit het speelse karakter van zijn werk is ook af te leiden dat de kunstenaar in zijn tienerjaren actief was in de graffiti-scene. 

Dat je soms de platgetreden paden moet verlaten is voor Bastianen geen vreemd idee. “Het is wel eens goed om los te komen van het doek als drager. Vroeger beschilderde ik ooit een krantenhouder waardoor je uit het platte vlak treedt. Ik probeerde ook op paneel te schilderen, maar de affiniteit daarmee is uiterst laag. De randen zijn strakker, hebben minder karakter. Met doek op een kader gespannen kun je verder gaan en krijg je ook een verhaal aan de zijkanten. Je zou een doek waarop al twintig keer geschilderd is van een egale kleur kunnen voorzien en alleen al op basis van die zijkanten zeer veel hebben om naar te kijken. Dat is een keuze want het hoeft niet, maar ik kijk er wel naar. Hoe meer je met iets bezig bent hoe meer dat dit een band schept. Maar die band werkt dubbel. Het kan in de weg staan om dingen te durven wissen, om te durven vernietigen. Soms is dat nodig. Je moet de moed hebben om een werk waar je met plezier aan gewerkt hebt uiteindelijk toch slecht te vinden. Je moet dergelijk doek opzij kunnen zetten en het later eventueel terug kunnen opnemen. Die tijd kun je niet bepalen, dat kiest zichzelf. Het verloopt nooit van a tot z, volgens een logisch traject. Ik voel me zeer comfortabel bij deze manier van schilderen  Dat is zo gegroeid op de academie. En ik heb nog steeds diezelfde werkwijze. De ervaring is evenwel gegroeid. Dit systeem liegt niet. Bij mensen die zeer passioneel bezig zijn, kan je zien met welke kritische zin en ziel iets gemaakt is.” 

     

 

Categorie
Beeldende Kunst
Auteur
GG
Datum
02 juni 2017

Deel via